PostHeaderIconGedwongen opname

Behandeling

Ouders van kinderen met een verslavingsprobleem botsen niet zelden op weerstand bij hun kind als het gaat over hulpverlening. Als kinderen drugs blijven gebruiken, schulden maken, lichamelijk fors achteruit gaan, volledig met zichzelf in de knoei raken en zo zichzelf en anderen veel leed bezorgen, zijn ouders vaak ten einde raad. Wanneer het kind hulpverlening blijft weigeren, hopen ouders soms via een ’gedwongen opname’ in een psychiatrisch ziekenhuis een stap verder te komen. In dit hoofdstuk staat in het kort wat deze procedure inhoudt: het wettelijke kader en de betekenis daarvan in de praktijk.

 

De wet

Over het algemeen is het zo dat de diagnose en de behandeling van psychische stoornissen geen aanleiding kunnen geven tot enige vrijheidsbeperking. Een uitzondering hierop staat in de wet op de bescherming van de persoon van de geesteszieke (WBPG). Dit is de wet die regelt hoe een ’gedwongen opname’, in de volksmond ook wel collocatie genoemd, tot stand kan komen.

 

Voorwaarden

Iemand gedwongen laten opnemen is slechts mogelijk als er aan de volgende drie criteria wordt voldaan:

1. Er is sprake van een geestesziekte die een opname vereist.

2. De persoon betekent een gevaar voor zichzelf of voor de maatschappij (gevaarscriterium).

3. Er is geen andere geschikte hulpverlening voorhanden (weigering van zorg op vrijwillige basis).

 

De wet geeft geen verdere specificaties over het soort geestesziekte, de mate van gevaar of wat weigering van hulp inhoudt. In de praktijk is het zo dat er aan de drie criteria moet worden voldaan, dat de duur van het gedwongen statuut zo kort mogelijk wordt gehouden en dat er rekening wordt gehouden met het recht op de beste behandeling.

 

Veelal valt drugsmisbruik of verslaving buiten deze wet. Het zijn meestal bijkomende of samenhangende problemen, zoals acute suïcidaliteit (zelfmoordgedachten of -plannen) of psychotische reacties (een verstoorde realiteitsbeleving met wanen of hallucinaties, geen ziekte-inzicht, zelfverwaarlozing) die de aanleiding vormen voor het in gang zetten van een procedure.

 

Wat moet je doen voor een gedwongen opname?

Als je denkt dat iemand in aanmerking komt voor het starten van een gedwongen opname, hoe gaat dat dan concreet in zijn werk? Er bestaan twee procedures: een ‘gewone’ procedure en een spoedprocedure.

 

Gewone procedure

In een minderheid van de gevallen wordt de gewone procedure gebruikt. Deze houdt in dat om het even wie, bijvoorbeeld een ouder, een verzoekschrift kan indienen bij de vrederechter, samen met een geneeskundig verslag van een arts. Voor het verzoekschrift en het geneeskundig verslag bestaan voorgedrukte formulieren die alle gegevens verzamelen die nodig zijn. Als de vrederechter de documenten heeft ontvangen, wordt er een zitting georganiseerd. Daarna volgt er binnen tien dagen een uitspraak. Als het verzoek wordt ingewilligd, wijst de vrederechter een psychiatrische dienst aan waar de ‘zieke’ ter observatie wordt opgenomen voor een maximum van 40 dagen. Niet elke psychiatrische dienst komt hiervoor in aanmerking, er bestaat een lijst met de psychiatrische ziekenhuizen die hiervoor een erkenning hebben.

 

Spoedprocedure

Meestal wordt echter de spoedprocedure gestart. Hier is het de procureur des Konings die beslist, op basis van een verzoek en een geneeskundig verslag. Daarna wijst hij een psychiatrische dienst aan en brengt hij de vrederechter, de ‘zieke’ en de wettelijke vertegenwoordiger binnen 24 uur op de hoogte van de beslissing. Binnen tien dagen wordt er met de vrederechter een zitting georganiseerd in het ziekenhuis waar de ‘zieke’ verblijft. Tijdens deze bijeenkomst heeft de ‘zieke’ recht op een advocaat. Iedereen wordt aan het woord gelaten en de vrederechter gaat na of er nog aan alle drie de voorwaarden wordt voldaan. Daarna beslist hij of het gedwongen statuut al dan niet verlengd wordt. Hij kan de observatie met maximaal 40 dagen verlengen.

 

Verlenging

Als na veertig dagen een verder verblijf in het psychiatrisch ziekenhuis vereist is, dan moet er een verslag gestuurd worden naar de vrederechter dat die noodzaak bevestigt. In de praktijk moet dat verslag op dag 25 van de gedwongen opname van 40 dagen verstuurd zijn (‘ten laatste veertien dagen voordat de termijn verstrijkt’). Vervolgens doet de vrederechter uitspraak. De duur van verder verblijf is maximaal 2 jaar.

 

Karen Volckaert