PostHeaderIconWat als verslaving gepaard gaat met andere psychische problemen?

Dubbel-diagnose

Soms komt een ongeluk niet alleen. Dit stuk gaat over mensen die naast hun verslavingsprobleem te maken hebben met andere complexe psychische problemen. Het ene probleem brengt als het ware een ander probleem met zich mee, waardoor deze mensen in een neerwaartse spiraal terecht dreigen te komen.

We spreken van dubbel-diagnose of comorbiditeit als iemand gelijktijdig kampt met een verslavingsprobleem én een psychische stoornis. Er worden dan twee of meer diagnoses gesteld.

Uit onderzoek blijkt dat, in vergelijking met de algemene bevolking, mensen met een verslavingsprobleem vaker kampen met een bijkomende psychiatrische aandoening.

De ‘andere’ diagnose

Sommige verslaafden kampen met een combinatie van verslaving en specifieke symptomen, zoals bijvoorbeeld neerslachtigheid (depressie), hevige angstgevoelens (angststoornis) of hyperactiviteit (ADHD). Ook kan er sprake zijn van een ernstige psychiatrische stoornis, zoals schizofrenie. Daarnaast hebben verslaafden soms karakterkenmerken of gedragsstijlen die overdreven aanwezig zijn. We spreken dan van persoonlijkheidsstoornissen. Mensen met een persoonlijkheidsstoornis gaan op een hardnekkige, bijna vastgeroeste manier met anderen en zichzelf om. Hun gedrag valt niet meer te begrijpen: zelfs als het nadelen oplevert, gedragen ze zich hetzelfde.

Deze vastgeroeste omgangswijze komt onder andere tot uiting in: het denken. Bijvoorbeeld: het gedrag van anderen altijd op dezelfde manier interpreteren. Het gevoel. Bijvoorbeeld: emoties niet kunnen controleren. En de omgang met anderen. Bijvoorbeeld: vriendschappen die telkens op hetzelfde punt mislopen. Hierdoor ondervinden zij problemen in hun dagelijks leven en raken ze sneller in de knoop.

Hoe weet ik of er sprake is van dubbel-diagnose?

Voor het stellen van de dubbel-diagnose doet u het beste een beroep op een deskundige. Een drugsvrije periode is in veel gevallen noodzakelijk om een juiste diagnose te kunnen stellen. Het gebruik van drugs gaat immers gepaard met verschijnselen die doen denken aan een psychische stoornis, zoals een depressie of angstklachten. Deze symptomen worden door het middel zelf of door de ontwenning uitgelokt. Ze verdwijnen als het drugsgebruik gestopt is. Als de symptomen ook na de ontwenning blijven bestaan, spreken we van dubbel-diagnose. De diagnose vormt daarna de basis van een gepaste behandelstrategie.

Hoe verder na een dubbel-diagnose?

Cliënten waarbij de verslaving voorop staat en de psychische problemen matig of beperkt zijn, kunnen in de gespecialiseerde drugshulpverlening terecht, zowel ambulant als residentieel. Als er naast de verslaving sprake is van een ernstige psychiatrische stoornis, zoals schizofrenie is een opname in een psychiatrische instelling aangewezen.

In de hulpverlening zegt men wel eens: dubbel-diagnose = dubbele therapie = dubbele behandeltijd. Meer nog dan andere verslaafden hebben dubbel-diagnose-cliënten ernstige problemen op verschillende levensdomeinen. Vanaf het begin van de behandeling wordt zoveel mogelijk aandacht besteed aan de beide diagnoses en hun impact op de verschillende levensdomeinen.

Er wordt een uitgebreid zorgtraject uitgewerkt waar verscheidene behandelvormen (medisch, psychisch, sociaal/intern, extern) elkaar als schakels kunnen opvolgen. Deze cliënten houden dus gedurende vele jaren contact met de hulpverlening.

De behandeling bestaat uit veranderen wat nog te veranderen valt en daarbij de mogelijkheden en capaciteiten van de cliënt te benutten. Deze cliënten beschikken namelijk niet zelden over een flinke dosis creativiteit, denk aan bijvoorbeeld muziek maken, tekenen en schrijven. Daarnaast kunnen ze de blinde vlekken en problemen van anderen snel herkennen. Ze slagen er daardoor regelmatig in hun vrienden te ‘redden’, ook al kunnen ze hun eigen ‘ketens’ niet verbreken.

Het is een proces van vallen en opstaan. De levensloop van cliënten met een dubbel-diagnose is doorgaans een opeenvolging van veel moeilijke periodes, soms afgewisseld met een periode dat het wat beter of echt goed gaat. Het is dus belangrijk om te aanvaarden dat niet alles veranderd kan worden.

Anja Schillebeeks